web analytics

Het Agility parcours

Bij agility gaat het erom dat de hond een parcours van ongeveer 20 hindernissen in een voorgeschreven volgorde foutloos en zo snel mogelijk aflegt. De handler mag zijn hond, tijdens het meerennen van het parcours, door middel van stem en door gebaren aanwijzingen geven. Hij mag zijn hond of de hindernissen nooit aanraken. De hond moet dus heel goed leren om op gesproken aanwijzingen en op de lichaamssignalen snel en op de juiste manier te reageren. Hierbij worden een groot aantal verschillende vaardigheden van deze hond verwacht. De toestellen zijn te verdelen in: (hoogte) sprongen, doorgangen, paaltjes en raakvlaktoestellen. Bij wedstrijden worden al deze toestellen in wisselende samenstelling gebruikt. Binnen deze sport zijn er 3 soorten parcours mogelijk: het “agility” parcours, het “jumping” parcours en het “spel” parcours.

 

Bij een agility parcours kunnen alle hindernissen deel uitmaken van het parcours, dus bijvoorbeeld: sprongen, slalom, tafel, raakvlaktoestellen en tunnels. Bij de wedstrijden moeten minimaal 2 maximaal 4 raakvlaktoestellen deel uitmaken van het parcours. De volgorde waarin de hindernissen moeten worden genomen, wordt vooraf bepaald door de keurmeester en aangegeven door nummers.

Een jumping parcours mag juist geen raakvlaktoestellen bevatten. Dit gaat alleen om springen en snelheid en ook natuurlijk foutloos. ook nu wordt de volgorde waarin deze hindernissen zijn opgesteld aangegeven door de keurmeester.

Het spel parcours is niet gebonden aan regels zoals vast parcours en jumping, wel moeten de basisregels van agility in acht genomen worden. Een spel is vrij in te vullen door de keurmeester. Voor aanvang van het spel zal de keurmeester in zijn briefing de regels van het spel uitleggen. Hoofddoel van een spel is de mogelijkheid aan combinaties bieden om ontspannend tijd te vullen of om als eerste parcours kennis te maken met de hindernissen.

 

   terug